Lokale implementatie van een flexibel, EPA-gericht opleidingsstelsel: wat belemmert en bevordert flexibilisering?

Informatie
Auteurs
Evelyn Finnema
Inge Pool
Kleijer
Stoffels
Organisatie
Amsterdam UMC
Axion Continu
Isala
NHL Stenden University of Applied Sciences
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen):
Krapte op de arbeidsmarkt, een veranderende zorgvraag en behoeften van studenten vragen om op maat gemaakte opleidingstrajecten. Verpleegkundige vervolgopleidingen in Nederland zijn daarom in 2021 overgegaan op een landelijk flexibel opleidingsstelsel met Entrustable Professional Activities (EPA’s)(1). In dit stelsel kunnen zorginstellingen, in samenspraak met de student en gelieerde theorie-aanbieders, individuele leertrajecten samenstellen. Deze leertrajecten kunnen variëren in tijd (volgorde en duur van een leerroute) en inhoud (combinatie van EPA’s binnen leerroute), en maken combinaties tussen specialismen (bijvoorbeeld ic-verpleegkundige, obstetrieverpleegkundige) mogelijk.
Het benutten van de verschillende mogelijkheden tot flexibilisering binnen dit stelsel vraagt om een gedragsverandering van betrokkenen. Volgens het COM-B model hangt gedragsverandering af van drie factoren: competentie (heb ik de nodige kennis en vaardigheden?), motivatie (wil ik wel veranderen?) en gelegenheid (stelt mijn omgeving mij hiertoe in staat?) (2). In deze studie onderzoeken we in hoeverre zorgaanbieders, kort na implementeren van een nieuw opleidingsstelsel, gebruik maken van flexibele opleidingsmogelijkheden en welke factoren hierbij een rol spelen aan de hand van het COM-B model.
Methode:
Anonieme studentregistraties in het oude en nieuwe stelsel, beschikbaar gesteld door het College Zorgopleidingen, zijn geanalyseerd: a) 29380 EPA registraties (2023-2024) b) 9832 afgeronde leertrajecten (2016-2021 en 2023-2024) c) 157 gecombineerde leerroutes (2016-2021 en 2021-2024).
Daarnaast is een enquête ingevuld door 292 praktijkopleiders, 80 opleidingsadviseurs en 67 managers uit zorginstellingen (bijvoorbeeld ziekenhuizen, thuiszorginstellingen) in Nederland. Deze enquête bevatte 36 stellingen over huidige en gewenste flexibilisering en beïnvloedende factoren gebaseerd op het COM-B model, met ruimte voor toelichting.
Verschillen tussen oude en nieuwe opleidingsduur en tussen gewenste en gerealiseerde flexibilisering zijn geanalyseerd met t-toetsen. Toelichtingen uit de enquête zijn thematisch geanalyseerd met het COM-B model. Overige data zijn descriptief geanalyseerd.
Resultaten (en conclusie):
Registratiedata lieten zien dat de variatie in opleidingsduur is afgenomen en de gemiddelde opleidingsduur iets korter is geworden. De inhoud van leerroutes varieert sterk, vooral binnen specialismen. Combinaties van leerroutes duurden in het nieuwe stelsel korter dan in het oude stelsel, en werden vaker tegelijkertijd dan na elkaar gevolgd.
De vragenlijst liet met betrekking tot <b>competentie</b> zien dat betrokkenen bekend waren met de meeste flexibiliseringsopties, afhankelijk van de mogelijkheden per specialisme en de lokale informatieverstrekking. De <b>motivatie</b> om te flexibiliseren op inhoud en om losse EPA’s aan te bieden was hoger dan de motivatie om te flexibiliseren op duur en gecombineerde leerroutes. Veronderstelde effecten op (loopbaan)perspectief en aansluiting bij de zorgvraag speelden een positieve rol bij motivatie; regeldruk, risico op langstuderen, en gebrek aan overzicht bij werkbegeleiders een negatieve. <b>Gelegenheid</b> werd geboden of beperkt door theorieaanbieders, en door afdelingsroosters en de inhoud van de EPA’s. Zowel de motivatie als bekendheid van praktijkopleiders voor verschillende flexibiliseringsopties was lager dan die van managers en adviseurs. Bij alle groepen was de behoefte aan flexibilisering groter dan de gerealiseerde flexibilisering.
Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie):
Kort na de implementatie van een flexibel opleidingsstelsel, wordt de mogelijkheid om opleidingsinhoud binnen één specialisme te variëren het meest omarmd. Tegen het (teveel) loslaten van een vaste opleidingsduur leven zowel praktische als didactische bezwaren. Het feit dat praktijkopleiders het minst gemotiveerd zijn voor flexibilisering benadrukt het belang van continue afstemming tijdens het implementatieproces. Een beperking van het onderzoek is de relatieve korte tijdsspanne waarover data is verzameld. Tegelijkertijd biedt dit inzichten die de implementatie van flexibilisering in andere programma’s kunnen helpen. Vervolgonderzoek naar het perspectief van studenten en de wenselijkheid en haalbaarheid van specialisme-overstijgend opleiden is nodig.
Referenties:
1. Pool IA, van Zundert H, Ten Cate O. Facilitating flexibility in postgraduate nursing education through entrustable professional activities to address nursing shortages and career prospects. Int Nurs Rev. 2024;71(3):419-23.
2. West R, Michie S. A Brief Introduction to the COM-B Model of Behaviour and the PRIME Theory of Motivation. Qeios. 2021.

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen