Om een gedegen programma samen te kunnen stellen voor het NVMO Congres 2027 , maakt de congresorganisatie en de diverse beoordelingscommissies een selectie uit het vaak grote aantal abstracts dat wordt ingediend. De kwaliteit en leesbaarheid van het abstract zijn daarbij van groot belang. De commissie moet snel en duidelijk kunnen beoordelen waar de activiteit of presentatie over zal gaan. Het abstract mag geen raadsel zijn, waar een reviewer meerdere malen doorheen moet lezen om te begrijpen waar het over gaat. Ook wanneer het werk geweldig is, loopt zo’n abstract een grote kans om toch afgewezen te worden. Dit is jammer.
De reviewcommissie kijkt naar originaliteit, naar relevantie voor de onderwijspraktijk, aansluiting bij doelgroepen, het congresthema en de integratie van interdisciplinaire perspectieven. De reviewcommissie beoordeelt inhoudelijk niet wat de auteur van het abstract heeft gedaan en of dat wel of niet goed zou zijn. Deze verantwoording legt de auteur van het abstract immers af aan het publiek bij de activiteit of presentatie.
De criteria
(max. 600 woorden incl. max. 2 referenties)
Bijdragen binnen deze categorie hebben betrekking op onderzoek op het brede terrein van onderwijs of opleiding. Een onderzoekspaper rapporteert een volledig afgeronde studie, dus inclusief resultaten en conclusie (papers met voorlopige resultaten en conclusies vallen niet onder de categorie onderzoekpapers en kunnen als poster worden ingediend). Het onderzoek is ingebed in theorie/literatuur en draagt bij aan verdere theorievorming en/of toetst bestaande theorieën. Het kunnen zowel reviews, literatuurstudies, als empirische (kwantitatief of kwalitatief) onderzoeken betreffen.
De onderzoekspapers worden begeleid door een voorzitter vanuit de congresorganisatie. De spreektijd is 12 minuten, gevolgd door 8 minuten discussie. In de discussies ligt de nadruk op de methodologie, wat de studie toevoegt aan de reeds bestaande literatuur en/of theorievorming naast de resultaten en mogelijke implicaties voor praktijk en verder onderzoek.
Beoordeling van abstracts in deze categorie vindt plaats door de Wetenschapscommissie van de NVMO. Daarbij hanteren zij de volgende criteria:
• in de achtergrond wordt ingegaan op wat er reeds bekend is en/of inbedding in theorie
• de probleemstelling is helder beschreven en de onderzoeksvraag is duidelijk geformuleerd op basis van welke kennis ontbreekt in de literatuur;
• het onderzoek is methodologisch correct opgezet en uitgevoerd;
• de conclusies volgen uit de gevonden resultaten;
• in de discussie worden de resultaten en conclusies kritisch beschouwd in het licht van de onderzoeksvraag en het theoretisch kader.
Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen)
• Methode
• Resultaten (en conclusie)
• Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie)
• Maximaal twee literatuurverwijzingen
• Trefwoorden (max. 3)
(max. 425 woorden incl. max 2 referenties)
Bijdragen binnen deze categorie hebben betrekking op praktijkvoorbeelden op het brede terrein van onderwijs of opleiding. Bijvoorbeeld beschrijvingen van innovaties van de onderwijspraktijk of evaluaties van lokale ontwikkelingen. De nadruk ligt op implicaties voor de onderwijs- of opleidingspraktijk en ‘lessons learned’. De praktijkvoorbeelden kunnen uiteraard geslaagde innovaties betreffen, maar ook voorbeelden waar het ‘fout’ is gegaan en de analyse daarvan kunnen zeer leerzaam zijn!
De praktijkpapers worden begeleid door een voorzitter vanuit de congresorganisatie. De spreektijd is 10 minuten, gevolgd door 5 minuten discussie. In de discussie ligt de nadruk op implicaties voor de praktijk en wat anderen ervan kunnen. De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld tijdens het congres door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract). Op basis van deze beoordelingen wordt de prijs tot ‘Beste praktijkpaper’ uitgereikt tijdens het congres.
Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Context/probleemstelling of aanleiding
• Beschrijving van de interventie/innovatie
• Ervaringen/analyse van de implementatie
• Lessons learned (implicaties voor de praktijk)
• Maximaal 2 literatuurverwijzingen
• Trefwoorden (max.3)
(Max. 425 woorden incl. max. 2 referenties)
In een poster kunnen zowel afgerond als lopend onderzoek als ontwikkelingen, innovaties of beschouwingen op onderwijs- en opleidingsgebied worden gepresenteerd. Globaal gesproken worden voor de inhoud van de posters dezelfde voorwaarden aangehouden als bij de papers. De posters worden zo veel mogelijk thematisch onderverdeeld.
De posterpresentaties worden begeleid door een voorzitter vanuit de congresorganisatie. Tijdens de posterpresentatie geeft de presentator een korte toelichting van maximaal 2 minuten. Hierna vindt onder leiding van de voorzitter een discussie plaats van maximaal 5 minuten.
De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract).
Abstracts voor posterpresentaties dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende onderdelen:
• Context / probleemstelling/aanleiding
• Beschrijving interventie, innovatie / methode
• Ervaringen/analyse van de implementatie /resultaten
• Lessons learned / discussie
• Maximaal 2 literatuurverwijzingen
• Trefwoorden (max. 3)
(max. 425 woorden incl. max. 2 referenties)
Workshops zijn interactieve sessies bedoeld om deelnemers kennis te laten maken met nieuwe ideeën, methodes of tools die voortkomen uit onderzoek en/of praktijkervaringen in het onderwijs. In workshops worden interactieve werkvormen gebruikt zodat de deelnemers zelf aan de slag kunnen. De workshop dient de ‘lokale situatie’ te overstijgen en wordt bij voorkeur georganiseerd door een team waarin verschillende perspectieven, beroepsgroepen of instituten zijn vertegenwoordigd. Duur van een workshop is 75 minuten. Zonder draaiboek wordt het abstract niet beoordeeld.
Abstracts voor workshops dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Thema
• Doel
• Doelgroep
• Opzet workshop: activiteiten, opbrengst
• Het max. aantal deelnemers (min. 30)
• Trefwoorden (max. 3)
(max. 425 woorden incl. max. 2 referenties)
Rondetafelsessies zijn interactieve sessies waarin een bepaald thema of probleem vanuit verschillende perspectieven wordt belicht en bediscussieerd. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de deelnemers aan de rondetafelsessie actief worden betrokken bij de discussie. De rondetafelsessie dient de ‘lokale situatie’ te overstijgen en wordt bij voorkeur georganiseerd door een team waarin verschillende perspectieven, beroepsgroepen of instituten zijn vertegenwoordigd. Duur van een rondetafelsessie is 75 minuten. Zonder draaiboek wordt het abstract niet beoordeeld.
Abstracts voor een rondetafelsessie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Thema
• Doel
• Doelgroep
• Opzet: activiteiten, opbrengst
• Het max. aantal deelnemers (min. 30)
• Trefwoorden (max. 3)
(max. 600 woorden incl. max. 5 referenties)
Deze categorie biedt promovendi de gelegenheid om hun gehele proefschrift te presenteren. Bijdragen binnen deze categorie betreffen recent afgerond promotieonderzoek op het terrein van onderwijs, opleiden en leren in de gezondheidszorg. Recent afgerond betekent hier: op moment van indiening van het abstract is het proefschrift minimaal goedgekeurd door begeleidingscommissie/klaar voor opsturen naar leescommissie en maximaal 1 jaar geleden verdedigd.
De proefschriften worden begeleid door een voorzitter vanuit de congresorganisatie. De spreektijd is 15 minuten, gevolgd door 5 minuten discussie. In de discussies ligt de nadruk op de wetenschappelijke en maatschappelijke bijdrage van het promotieonderzoek.
Beoordeling van abstracts in deze categorie vindt plaats door de Wetenschapscommissie van de NVMO. Daarbij hanteren zij de volgende criteria:
• de probleemstelling is helder beschreven en de onderzoeksvraag is duidelijk geformuleerd op basis van welke kennis ontbreekt in de literatuur;
• het onderzoek is methodologisch correct opgezet en uitgevoerd;
• de conclusies volgen uit de gevonden resultaten;
• in de discussie worden de resultaten en conclusies kritisch beschouwd in het licht van de onderzoeksvraag en het theoretisch kader.
Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen)
• Methode
• Resultaten (en conclusie)
• Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie)
• Maximaal vijf literatuurverwijzingen
• Trefwoorden
(max. 425 woorden)
Heeft u een passie of frustratie gerelateerd aan onderwijs, opleiden en leren in de gezondheidszorg? U kunt dit nu delen tijdens de nieuwe Point of View sessie op het NVMO congres. U krijgt 7 minuten om het onderwerp te introduceren, gevolgd door 8 minuten discussie. De point of views worden begeleid door een voorzitter vanuit de congresorganisatie.
Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:
• Een pakkende titel
• Introductie op het onderwerp
• Argumentatie / onderbouwing ‘point of view’
• Conclusie of stelling
• Trefwoorden
De NVMO Fringe sessies zijn onder het mom ‘beter goed gejat, dan slecht bedacht’ afgekeken van het AMEE-congres (Association for Medical Education in Europe). In de fringe sessie kan alles – als het maar verband houdt met medisch onderwijs in de breedste zin van het woord. Als jij iets willen delen op het congres, dat niet past binnen de eerder genoemde formaten, is een fringe mogelijk het passend format. Het podium mag 15 minuten gebruikt worden. Er zijn geen voorgeschreven regels voor het abstract, behalve dat de lengte van de titel maximaal 200 karakters is en de tekst van het abstract maximaal 425 woorden bevat en in het Nederlands is geschreven. De congrescommissie selecteert op vorm, inhoud en kwaliteit.