Context / probleemstelling of aanleiding
Context/probleemstelling of aanleiding:
Interprofessionele educatie (IPE) wordt wereldwijd steeds gebruikelijker en is sterk in ontwikkeling. Toch ontbreekt vaak een essentiële schakel: interprofessionele identiteit. Er bestaan misverstanden over wat interprofessionele identiteit precies is en waarom deze belangrijk is voor duurzame interprofessionele samenwerking. Zonder aandacht voor dit psychologische fundament richten interventies zich veelal enkel op kennis en vaardigheden, waardoor motivatie en gedragsverankering achterblijven.
Beschrijving van de interventie/innovatie:
In 2018 is in Nederland de Extended Professional Identity Theory (EPIT) ontwikkeld. Deze theorie verklaart hoe interprofessionele identiteit ontstaat en welke factoren deze versterken of verzwakken. Sinds de introductie zijn diverse theoretische proposities empirisch bevestigd en in meerdere contexten gerepliceerd. Op basis hiervan is in 2020 de Extended Professional Identity Scale (EPIS) ontwikkeld, waarmee interprofessionele identiteit valide en betrouwbaar kan worden gemeten.
Ervaringen/analyse van de implementatie:
De EPIS toont herhaaldelijk bewijs voor constructvaliditeit, interne consistentie en predictieve validiteit, bevestigd in verschillende landen en contexten. Daarmee is interprofessionele identiteit sinds 2020 betrouwbaar en internationaal meetbaar. Onderzoek laat zien dat interprofessionele identiteit niet alleen voorspellend is voor interprofessionele samenwerking, maar ook een stabiel fundament vormt: zelfs na acht weken zonder interprofessioneel contact blijft de identiteit intact. Metingen en interventies suggereren dat één contactmoment per drie maanden voldoende is om de identiteit te onderhouden. Daarnaast is aangetoond dat interprofessionele identiteit zich kan ontwikkelen door gerichte leer- en werkinterventies. Studies in verschillende landen tonen significante toename van interprofessionele identificatie, zowel na korte interventies van circa anderhalf uur als na intensievere programma’s van meerdere weken. Deze effecten zijn sterker wanneer er sprake is van herhaald, positief en betekenisvol contact binnen multidisciplinaire groepen.
Lessons learned (implicaties voor de praktijk):
Interprofessionele identiteit blijkt in de praktijk een motivatiepotentieel: zij activeert bereidheid tot interprofessioneel samenwerken, terwijl interprofessionele competenties bepalen hoe succesvol dit gedrag wordt uitgevoerd. Aanleiding en aard van interprofessioneel gedrag worden bepaald door interprofessionele identiteitstriggers. Een sterke gedeelde interprofessionele identiteit voorspelt langdurige samenwerking en betere uitkomsten en verdient daarom een vaste plek in evaluaties van IPE en samenwerkingsprogramma’s. Onderzoek toont aan dat interprofessionele identiteit minstens acht weken stabiel blijft zonder contact maar waarschijnlijk langer. IPE is eens per drie maanden voldoende om deze interprofessionele identiteit te onderhouden en te versterken. Patiëntcases, simulaties en gesprekken over beroepsverschillen blijken krachtige triggers die interprofessionele identiteit activeren en, eenmaal herkend, leiden tot interprofessioneel gedrag mits het individu een sterke interprofessionele identiteit heeft. Dit onderstreept het belang van zorgvuldig onderwijsontwerp.
Referenties (max. 2):
Reinders, J.J. (2025). Interprofessional identity. Medical Education, https://doi.org/10.1111/medu.70027
Reinders, J. J., Başer Kolcu, M. İ., & Kolcu, G. (2024). Developing an interprofessional identity complementary to a professional identity-findings related to Extended Professional Identity Theory (EPIT). <i>Frontiers in Medicine</i>, <i>11</i>, 1467362. https://doi.org/10.3389/fmed.2024.1467362