Hoe reflectie bijdraagt aan professionele identiteitsontwikkeling: een interviewstudie onder AIOS chirurgie

Informatie
Auteurs
Anne de la Croix
Jeroen Bransen
Mak-van der Vossen
Poeze
Simon Kitto
Toorop
van Mook
Organisatie
Amsterdam UMC
MUMC+
Nanyang Technological University
UMC Utrecht
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen):
Een essentieel doel van de opleiding tot chirurg is dat assistenten in opleiding tot specialist (AIOS) hun eigen professionele identiteit ontwikkelen. Interacties met rolmodellen (Bransen et al., 2024) en ervaringen op de werkplek zijn cruciaal voor AIOS omdat zij zich hierdoor geleidelijk de eigenschappen, competenties, normen en waarden van de leden van de community eigen maken.(Sternszus et al., 2024) Er wordt aangenomen dat dit proces zowel onbewust als bewust verloopt. Om het bewuste proces te beïnvloeden, wordt reflectie genoemd als de sleutel tot succes. Deze term is echter dusdanig breed dat het weinig zegt over het leerproces van ‘betekenis-geven’ van de individuele AIOS. Er is nog veel te leren over hoe AIOS hun gevoelens en gedachten bij ervaringen duiden en hoe zij deze omzetten in acties die bijdragen aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Als we dit proces kunnen ontrafelen, kunnen we AIOS wellicht beter ondersteunen in hun professionele identiteitsontwikkeling (Professional Identity Formation, PIF) en daarmee de opleiding verder verbeteren. Het doel van dit onderzoek was daarom om te exploreren hoe AIOS betekenis geven aan de interacties en ervaringen op de werkplek en hoe dit bijdraagt aan de ontwikkeling van hun professionele identiteit.
Methode:
Ons paradigma was sociaal-constructivistisch en onze benadering was gebaseerd op <i>constructivist grounded theory</i>. Zestien AIOS werden bevraagd door middel van individuele online semi-gestructureerde interviews. Op basis van onze eerdere studies ontwierpen we vignetten met typische opleidingservaringen om de AIOS eventueel te helpen in hun reflectie. AIOS bleken echter zeer goed in staat om hun eigen specifieke ervaringen gedetailleerd te verwoorden. Na enkele interviews bleek gebruik van de vignetten nauwelijks meer nodig. Data collectie en -analyse werden iteratief gedaan en de interview guide werd gaandeweg aangepast op basis van onze analyse van de transcripten. Door <i>constant comparison</i> ontwikkelden we een theoretisch model dat beschrijft op welke manieren AIOS actief omgaan met hun ervaringen in relatie tot de ontwikkeling van hun professionele identiteit. Voor de rapportage van deze studie werd de COREQ richtlijn als basis gebruikt.
Resultaten (en conclusie):
Emoties, zowel positief als negatief, fungeerden als triggers om langer stil te staan bij een ervaring. Deze reflectie vond meestal achteraf plaats, via een interne dialoog, en werd vaak gedeeld met partner, peers of supervisoren. Formele opleidingsmomenten (zoals praktijkbeoordelingen of evaluatiegesprekken) werden door AIOS minder geschikt gevonden om ervaringen betekenis te geven vanwege hun formele karakter en omdat deze interacties niet per se vlak na de ervaringen plaatsvonden. Daarnaast waren er opvallende verschillen tussen jongere- en ouderejaars AIOS: waar jongerejaars vooral gericht waren op ‘het mogen meedoen’ en hun plek binnen de community verkrijgen, focusten ouderejaars meer op het ontwikkelen van hun eigen normen gebaseerd op hun persoonlijke waarden. In lijn met sociologische literatuur bleken <i>structure</i> en <i>agency</i> cruciaal voor de PIF van AIOS. <i>Structure</i> omvat de kaders van de opleiding, hiërarchie en (feedback)cultuur. <i>Agency</i> omvat participatie (een plek verwerven binnen de community), autonomie en authenticiteit (zichzelf kunnen zijn en hun stem laten horen). Een goede balans tussen beide bepaalde in belangrijke mate hoe AIOS hun professionele identiteit vormgaven.
Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie):
Door de druk van het klinische werk is directe reflectie op ervaringen vaak niet mogelijk; hiervoor is tijd en ruimte nodig. Onze resultaten benadrukken het belang van informele reflectiemomenten en het stimuleren van interne en externe dialoog. Daarnaast blijkt de balans tussen <i>agency</i> en <i>structure</i> cruciaal: individuele keuzes krijgen pas betekenis binnen de opleidingscontext. <i>Structure</i> kan ontwikkeling mogelijk maken, maar ook beperken. Opleiders doen er daarom goed aan deze balans expliciet te adresseren in zowel de opleidingsplannen als de dagelijkse praktijk, en autonomie van AIOS af te stemmen op hun individuele behoeften.
Referenties:

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen