Context / probleemstelling of aanleiding
Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen):
Binnen het neurodiversiteitsdenken verschuift de focus van individuele beperkingen naar een mismatch tussen mensen met autisme en hun fysieke en sociale omgeving. Deze benadering vraagt om een contextueel begrip van ondersteuningsbehoeften, waarbij beperkingen voortkomen uit situaties waarin functioneren moeilijk is. Deze interactieve kijk impliceert een heroriëntatie in de autismezorg: van het corrigeren van ‘tekorten’ naar duurzame afstemming op iemands leefwereld.
Autopoëtisch enactivisme – een stroming binnen de cognitiewetenschappen die cognitie beschouwt als belichaamd en affectief (Varela, Rosch & Thompson, 1991; De Jaegher & Di Paolo, 2007) – biedt een krachtig kader om deze verschuiving te ondersteunen. Het stelt zorgprofessionals in staat om te onderzoeken wat betekenisvol is in het leven van cliënten en hoe dit kan bijdragen aan zelfregulatie in een wereld die niet is ingericht op neurodiversiteit. Ondanks de potentie van deze benadering is haar toepassing in de autismezorg nog beperkt. Er ontbreekt een systematisch overzicht van praktijken die expliciet of impliciet aansluiten bij autopoëtisch enactivisme.
Het project <i>Enactive Mind Autisme: van denk- naar werkwijze</i> verkent hoe enactivistische principes reeds vorm krijgen in de praktijk en wat dit betekent voor (toekomstige) zorgprofessionals. Centrale onderzoeksvraag luidt:
<i>Hoe krijgen autopoëtisch enactivistische principes vorm in autismezorgpraktijken, en op welke wijze ondersteunen deze praktijken contextgevoelige afstemming binnen gesitueerde, relationele en systemische zorgomgevingen?</i>
Methode:
Een scoping review is uitgevoerd volgens PRISMA-ScR-richtlijnen. Zes wetenschappelijke databases zijn systematisch doorzocht op publicaties die expliciet of impliciet aansluiten bij autopoëtisch enactivisme in de autismezorg. Van de 2.218 gevonden publicaties zijn er 49 geïncludeerd. De studies zijn geanalyseerd langs drie dimensies: (i) gesitueerde context: fysieke en sociale leefomgeving van cliënten; (ii) relationele context: interactie tussen cliënt en zorgverlener; en (iii) systemische context: institutionele en normatieve kaders van zorg.
Resultaten (en conclusie):
De studies tonen hoe zorgpraktijken afgestemd kunnen worden op wat cliënten nodig hebben om betekenis te geven aan hun ervaringen. Centraal staat het concept <i>affordances</i>: elementen in de omgeving die handelingsmogelijkheden bieden. In de gesitueerde context gaat het om therapie in alledaagse ecologieën (zoals thuis, school of werk), sensorisch afgestemde ruimtes en het gebruik van objecten of dieren als interactiemiddelen. In de relationele context draait het om gedeelde betekenisverlening via taal, ritmische en lichamelijke synchronie en het herkennen van motorische signalen. De systemische context biedt inzichten in professionele kaders die zorgverleners in staat stellen om gelijkwaardig en responsief te handelen, bijvoorbeeld via spelobjecten of fantasiewerelden die toegang bieden tot de leefwereld van cliënten.
Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie):
Autopoëtisch enactivisme blijkt niet louter een theoretisch kader, maar een praktisch bruikbare benadering die – al dan niet bewust – op verschillende manieren in de autismezorg wordt toegepast. Door verder te bouwen aan deze benadering, bijvoorbeeld via post-fenomenologische perspectieven, kunnen affordances beter worden benut als brug tussen individu en omgeving. Dit draagt bij aan een zorginfrastructuur die niet alleen neurodiversiteit erkent, maar actief ondersteunt. Zo ontstaat een duurzaam zorgmodel: contextueel afgestemd, responsief en richtinggevend voor bredere medische domeinen waarin relationele afstemming en ecologische sensitiviteit centraal staan.
<b>Implicaties voor medisch onderwijs</b>
Voor onderwijs aan zorgverleners (in opleiding) betekent dit een fundamentele verschuiving: van kennisoverdracht naar het ontwikkelen van ecologische en relationele sensitiviteit. Studenten leren waarnemen, verwonderen en handelen in relatie tot de unieke leefwereld van cliënten. Ze worden getraind in het herkennen van affordances die duurzame interactie mogelijk maken. Deze benadering biedt handvatten voor het omgaan met diverse vormen van neuro- en gezondheidsdiversiteit, en draagt zo bij aan een toekomstbestendige zorgpraktijk
Referenties:
Varela, F. J., Rosch, E., & Thompson, E. (1991). <i>The Embodied Mind: Cognitive Science and Human Experience</i>. MIT Press. https://doi.org/10.7551/mitpress/6730.001.0001
De Jaegher, H., & Di Paolo, E. (2007). Participatory sense-making: An enactive approach to social cognition. <i>Phenomenology and the Cognitive Sciences</i>, 6(4), 485–507. https://doi.org/10.1007/s11097-007-9076-9