Cognitieve leerstrategieën: een analyse van perceptie van effectiviteit, gebruik en de impact op academische prestatie en self-efficacy.

Informatie
Auteurs
de Beaufort
de Ruijter
Disser
Steendijk
Organisatie
LUMC
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen):
Effectieve leerstrategieën verbeteren lange-termijn leren en academische prestaties<sup>1</sup> en zijn cruciaal voor ‘lifelong learning’. Veel studenten gebruiken echter ineffectieve strategieën. Learning-to-Learn interventies informeren studenten over de effectiviteit van leerstrategieën, maar onbekend is hoe deze kennis hun keuzes beïnvloedt. Academic self-efficacy (ASE) hangt samen met studieprestaties en kan worden gemedieerd door deep-processing strategieën,<sup>2</sup> maar ook hier is de rol van cognitieve leerstrategieën onbekend. Onze hypothese is dat het gebruik van effectieve leerstrategieën naast de studieprestaties ook ASE verbeterd.
Deze studie onderzoekt hoe studenten cognitieve strategieën beoordelen op effectiviteit voor korte- en lange-termijn leren, hoe dit hun strategiegebruik beïnvloedt, en hoe strategiegebruik samenhangt met academische prestaties en ASE. Hiermee kunnen we de studenten gerichter ondersteunen bij het leren studeren.
Methode:
We voerden een cross-sectionele studie uit onder eerstejaars LUMC geneeskundestudenten (studiejaar 2022–2023). Deelnemers vulden een vragenlijst in over hun gebruik en perceptie van effectiviteit (PE) voor korte- en lange-termijn van twaalf cognitieve leerstrategieën, en de Academic Efficacy Scale (5-punts Likert-schalen). Gemiddelde tentamencijfers voorafgaand aan de vragenlijst dienden als maat voor academische prestaties. Relaties tussen PE, strategiegebruik, cijfers en ASE werden geanalyseerd met regressiemodellen.
Resultaten (en conclusie):
In totaal werden 179 studenten geïncludeerd. Gemiddeld gebruik varieerde tussen leerstrategieën van 2,66-3,76, korte-termijn PE van 3,17-4,14 en lange-termijn PE van 2,02-4,43.
Multivariate regressieanalyse toonde aan dat voor alle strategieën hogere PE samenhing met meer strategiegebruik, (korte-termijn: B=0,59, p<0,0001; lange-termijn B=0,61, p<0,0001). Bij korte termijn PE was dit effect significant sterker dan gemiddeld voor <i>Imagery</i> en <i>Summarisation</i> en significant minder sterk voor <i>Peer Learning</i>, <i>Distributed Practice</i> en <i>Mass Practice</i>. Wanneer echter het gebruik wordt vergeleken bij dezelfde gemiddelde PE (3.79 voor korte termijn) werden <i>Practice Testing</i>, <i>Rereading</i>, <i>Summarisation</i> en <i>Imagery</i> significant meer gebruikt dan gemiddeld, en <i>Mnemonics</i>, <i>Peer learning</i> en <i>Mass Practice</i> minder. Voor lange-termijn PE werden vergelijkbare effecten gevonden. Dus, hoewel strategieën vaker worden toegepast naarmate ze effectiever worden geacht, wordt de variatie in gebruik ook in belangrijke mate door andere factoren bepaald.
Geen verband werd gevonden tussen strategiegebruik en cijfers, maar meer gebruik van <i>Elaborative Interrogation</i> (B=0,13, p<0,001), <i>Peer Learning</i> (B=0,10, p<0,01) en <i>Mnemonics</i> (B=0,08, p<0,05) had een significant positief op ASE.
Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie):
Het strategiegebruik komt grotendeels overeen met eerdere studies, maar de PE wijkt af van de eerder gerapporteerde effectiviteit. Zo werd <i>Distributed Practice</i> laag ingeschat voor korte-termijn leren, ondanks gerapporteerde grote effectiviteit, en <i>Mnemonics</i> juist hoog, ondanks gerapporteerde beperkte effectiviteit. Dit suggereert een kennistekort bij de studenten. Een hogere PE hing significant samen met meer gebruik, maar de relatie verschilde per strategie. Dus de ingeschatte effectiviteit speelt een significante positieve rol, maar ook andere factoren bepalen in belangrijke mate de keuze voor een leerstrategie. Learning-to-Learn interventies zouden dus niet alleen op het kennistekort moeten inspelen, maar ook op andere factoren die de keuze voor de leerstrategie bepalen. Vervolgonderzoek moet verhelderen welke factoren naast PE strategiekeuzes bepalen.
Voor geen van de strategieën werd een relatie tussen gebruik en academische prestaties gevonden, mogelijk doordat studenten meerdere strategieën combineren in tegenstelling tot veel onderzoek naar effectiviteit. Wel was er een significante positieve relatie tussen drie strategieën en ASE, waaronder <i>Peer Learning</i> en <i>Elaborative Interrogation</i>, beide deep-learning strategieën. Dit sluit aan bij het eerder gevonden effect van deep-processing strategieën.<sup>2</sup> Aangezien hogere ASE ook samenhangt met minder angst, piekeren en depressie, zou het stimuleren van deep-learning strategieën het welzijn van studenten kunnen verbeteren.
Gerichtere interventies kunnen zo niet alleen studieprestaties, maar ook welzijn en lifelong learning versterken.
Referenties:
1. de Boer H, et al. Long-term effects of metacognitive strategy instruction on student academic performance: A meta-analysis. Educational Research Review.2018;24:98-115.
2. Honicke T, Broadbent J. The influence of academic self-efficacy on academic performance: A systematic review. Educational Research Review.2016;17:63-84.

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen