Context / probleemstelling of aanleiding
Context/probleemstelling of aanleiding:
Er zijn veel basisartsen beschikbaar voor een beperkt aantal opleidingsplekken tot specialist. Basisartsen moeten daardoor lang wachten op een opleidingsplek(1). Toch vindt niet elk specialisme makkelijk aios: primair kiezen basisartsen voor een beperkt aantal vakgebieden en liever verhuizen ze niet uit de regio waar ze studeerden(2). Dit leidt tot uitdagingen voor regio’s en specialismen. In opdracht van de Onderwijs- en OpleidingsRegio Noord- en Oost-Nederland (OOR-NO) is onderzocht (a) welke rol wachttijd, regionale en persoonlijke factoren speelden bij de keuze voor een opleidingsplek en (b) welke (aanvullende) eisen werden gesteld voor het verkrijgen van een opleidingsplek.
Beschrijving van de interventie/innovatie:
Cross-sectioneel vragenlijstonderzoek onder alle aios van ziekenhuisopleidingen (cluster 2). De vragenlijst (65 items) is samen met De Jonge Specialist opgesteld. Naast demografische gegevens vroeg de vragenlijst naar Onderwijsloopbaan (middelbare school tot vervolgopleiding), Wachttijd en verwerven opleidingsplek, Evaluatie huidige opleidingsplek en –regio, en Toekomstperspectief. Data-analyse vond plaats met beschrijvende statistiek en ANOVA’s. Er is onderscheid gemaakt tussen de OOR-NO (n=272; 45,3%), andere perifere OOR’en (n=159; 26,5%) en randstedelijke OOR’en (n=170; 28,3%). De NVMO-ERB heeft toestemming verleend voor dit onderzoek.
Ervaringen/analyse van de implementatie:
Respons van 669 aios (n=393, 73,9% vrouw). Gedurende de wachttijd (gemiddeld 3,6 jaar; range 0-14) werkten 399 aios (75,6%) als anios en 106 (20,1%) als (anios-)promovendus, vooral om opleidingskansen te vergroten en kennis en vaardigheden op te doen. Werkervaring binnen het specialisme (n=350; 61,1%) en een (bijna) afgeronde promotie (n=136, 23,7%) waren de belangrijkste aanvullende eisen van opleiders. De beschikbaarheid van een opleidingsplek was voor aios de belangrijkste factor die de keuze voor een opleidingsregio bepaalde. De meeste aios (n=430, 80,4%) is het gelukt om een opleidingsplek te verwerven in hun voorkeursregio, die ook vaak de regio van vooropleiding was. Er waren enkele regionale verschillen in waardering van de huidige opleidingsregio reis- en verhuiskostenvergoeding, levendigheid en rust/ruimte. Aios waardeerden de regio waarin zij werden opgeleid positief als toekomstige werkregio, tenzij zij liever in een andere regio waren opgeleid.
Lessons learned (implicaties voor de praktijk):
Beschikbaarheid van een opleidingsplek, vertrouwdheid met de opleidingsregio en opleiders zijn voor aios de belangrijkste factoren voor het kiezen van een opleidingsregio. Aios ontwikkelden tijdens hun onderwijsloopbaan vaak een voorkeur voor een opleidingsregio. Opleidingsregio’s kunnen investeren om basisartsen, met voorkeur voor de opleidingsregio, tijdiger te selecteren (wachttijdverkorting) en aios te behouden door oog te hebben voor hun toekomstwensen voor wonen en werken.
Referenties (max. 2):
(1) Brunori C, et al. (2020). De opleidingsduur van artsen en de arbeidsmarktpositie van basisartsen; Regionale verschillen en trends.
https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/145245333/URSI_365_Opleidingsduren_en_arbeidsmarktpositie_van_basis_artsen.pdf
(2)Venhorst V, et al. (2017). De regionale mobiliteit en binding van medisch specialisten: Het belang van opleiden en onderwijs voor de regionale gezondheidszorg. https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/39367832/URSI_360_Venhorst_Daams_VDijk_Reg_Mob_Bind_Med_Spec.pdf