Context / probleemstelling of aanleiding
Context/probleemstelling of aanleiding:
Sinds 2013 is het Groningse geneeskundecurriculum (G2020) herkenbaar door vier onderscheidende learning communities. Anno 2025 is echter duidelijk dat een nieuw toekomstgericht perspectief noodzakelijk is. De recente visitatiecommissie bevestigde dit beeld en adviseerde de opleiding zich opnieuw te profileren met een onderscheidende visie, passend bij de veranderende eisen van maatschappij en zorg.<sup>1</sup>
Beschrijving van de interventie/innovatie:
De visieontwikkeling vindt plaats van maart tot december 2025. Het belangrijkste doel is om te bepalen welke kwaliteiten de Groningse arts van 2040 nodig heeft in het veranderende zorglandschap. Co-creatie<sup>2</sup> staat centraal: het ontwikkelen van een visie samen met studenten, docenten en andere betrokkenen, zodat inhoud wordt verbonden met eigenaarschap en draagvlak.
Aan 18 bachelor- en masterstudenten (respons = 66,7%), 22 bachelordocenten (respons = 77,4%) en 84 masterdocenten (respons = 27,4%) stelden we de vraag: <i>“Als jij de Groningse arts van 2040 zou omschrijven, aan welke kwaliteiten zou deze moeten voldoen?”</i> De opbrengst werd vertaald naar kaarten met kernkwaliteiten van de arts. In vijf bijeenkomsten met 24 groepen (n ≈ 78) selecteerden deelnemers de drie meest essentiële kwaliteiten, in analogie met het recente <i>Wie is de mol</i> seizoen. Deze keuzes vormden de basis voor een conceptvisie met vijf kernkwaliteiten, ondersteund door een visuele praatplaat. Het resultaat is een visie op de Groningse arts 2040, die: (1) Een brede blik en stevige basis heeft, (2) Adaptief en veerkrachtig is, (3) Functioneert als arts in context, (4) Optreedt als partner in goede gezondheid, en (5) Slim met technologie en duurzaam in handelen is.
Vanaf augustus 2025 wordt de conceptvisie verrijkt met feedback van diverse stakeholders binnen en buiten het UMCG, waaronder opleiders, patiënten en aanverwante zorgdisciplines
Ervaringen/analyse van de implementatie:
De nadruk op co-creatie en stapsgewijze concretisering van de visie leidde tot brede inspraak van belanghebbenden. De praatplaat bleek een krachtig hulpmiddel om de visie toegankelijk te maken en het gesprek over toekomstbestendig opleiden te stimuleren. Tegelijkertijd was de wens tot profilering aanleiding voor discussie over de vraag of en zo ja, in welke mate de Groningse geneeskundeopleiding zich zou moeten onderscheiden van andere opleidingen gegeven het gezamenlijke landelijke Raamplan.
Lessons learned (implicaties voor de praktijk):
Het traject laat tot dusver zien dat een aansprekende vraag ‘Wie is de Groningse arts van 2040?’ een krachtige start kan vormen voor visievorming. Drie lessen kwamen daarbij naar voren: (1) De rol van het UMCG in netwerkzorg en de centrale positie in de regio bleken onderscheidend in het profileringsvraagstuk, (2) eigen geformuleerde kaarten leveren diversiteit op, maar (te) weinig standaardisatie, en (3) een sterke visie vraagt om duidelijke keuzes, ook als die pijn doen.
Referenties (max. 2):
<sup>1</sup>Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2022). <i>Integraal zorgakkoord</i>. Verkregen van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/09/16/integraal-zorgakkoord
<sup>2</sup>Könings, K. D., Mordang, S., Smeenk, F., Stassen, L., & Ramani, S. (2020). Learner involvement in the co-creation of teaching and learning: AMEE Guide No. 138. <i>Medical Teacher</i>, <i>43</i>(8), 924–936.