Tussen neus en lippen door: Prestatiedruk onder studenten ontrafelen door een kwantitatieve analyse van linguïstische elementen

Informatie
Auteurs
Karen Stegers-Jager
Lott Fransen
Marjolein van de Pol
Rozemarijn van der Gulden
Organisatie
Radboudumc
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Context/probleemstelling of aanleiding:
De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor prestatiedruk onder studenten. Hoewel meerdere rapporten beschrijven dat veel studenten prestatiedruk ervaren, blijven de onderliggende mechanismen van deze druk moeilijk grijpbaar. De oorsprong van prestatiedruk is immers diffuus en het concept maakt deel uit van een bredere prestatiecultuur. Een linguïstische benadering om dit fenomeen te onderzoeken biedt kansen, omdat taal de normen en aannames van die cultuur weerspiegelt<sup>1</sup>. Met een linguïstische onderzoeksmethode wordt in de huidige studie de volgende vraag onderzocht: hoe praten studenten over prestatiedruk, en verschilt dit op basis van de mate (weinig vs. veel) en de waardering (overwegend negatief vs. positief) van de door hen ervaren prestatiedruk? De onderzoeksmethode zal tijdens het NVMO congres met eigen data en resultaten geïllustreerd worden.
Beschrijving van de interventie/innovatie:
Voor dit onderzoek worden zeven transcripten gebruikt, afkomstig van focusgroepsessies over prestatiedruk op vier verschillende onderwijsinstellingen met in totaal 38 deelnemende studenten. De transcripten zijn opgesplitst in zinsgroepen, ook wel units of analysis genoemd<sup>2</sup> (± 3000). Elke unit wordt gecodeerd op vier linguïstische elementen: (1) persoonsperspectief (ik/wij vs. jij/zij/men), (2) deontische modaliteit (intrinsiek vs. opgelegd; “willen” vs. “moeten”/“horen”), (3) tentatief taalgebruik (zoals “denk ik”, “een beetje”) en (4) intensiverend taalgebruik (zoals “heel erg”, “verschrikkelijk”). De coderingen worden kwantitatief geanalyseerd om te toetsen of en hoe spreekpatronen verschillen tussen studenten die veel versus weinig prestatiedruk ervaren, en tussen studenten die prestatiedruk overwegend negatief versus positief waarderen.
Ervaringen/analyse van de implementatie:
Taalkundig onderzoek is inhoudelijk rijk, maar ook tijdsintensief en iteratief. Er is weinig direct vergelijkbaar onderzoek, wat enerzijds vrijheid geeft om inductief én deductief te werken, maar anderzijds vraagt om precieze operationaliseringen. Een volledig ‘waterdicht’ codeerprotocol vooraf blijkt onhaalbaar, het is een proces dat verloopt via <i>trial‑and-error</i> en intensief overleg. Daarnaast is er een voortdurende spanning tussen observeren en interpreteren: codeurs moeten zich immers beperken tot zichtbare kenmerken op uitingsniveau en hun eigen duiding achterwege laten. Evaluatie en terugkoppeling naar eerder gecodeerde segmenten blijken cruciaal voor consistentie en kwaliteitsbewaking.
Lessons learned (implicaties voor de praktijk):
Linguïstische analyse is een innovatieve benadering om moeilijk grijpbare mechanismen rond prestatiedruk zichtbaar te maken, zoals geïnternaliseerde normen en het onderscheid tussen extrinsieke (“moeten”) en intrinsieke motivatie (“willen”). De benadering is breder toepasbaar binnen onderwijskundig onderzoek, bijvoorbeeld in onderzoek naar leermechanismen. Aanbevolen wordt om een taalkundig expert structureel op te nemen in het onderzoeksteam, als raadgever en/of coauteur. Daarnaast is voldoende tijd nodig voor iteratieve codeertraining, evaluatie en protocolverfijning.
Referenties (max. 2):
1. Woolard KA. Language Ideology. The International Encyclopedia of Linguistic Anthropology. p. 1-21.
2. Stortenbeker I, Salm L, olde Hartman T, Stommel W, Das E, van Dulmen S. Coding linguistic elements in clinical interactions: a step-by-step guide for analyzing communication form. BMC Medical Research Methodology. 2022;22(1):191.

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen