Aanspreken op (on)professioneel gedrag: Scholing ontwikkeld ter ondersteuning van begeleiders in de masteropleiding Geneeskunde VU

Informatie
Auteurs
Irene Enschedé
Jiska Patiwael
Roos Oerlemans
Organisatie
Amsterdam UMC
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Context/probleemstelling of aanleiding:
In onze masteropleiding ligt de focus op ontwikkeling van de student over een langere periode, waarbij de coassistent zich ontwikkelt aan de hand van feedback van verschillende werkplekbegeleiders. Beschikbare scholing voor werkbegeleiders betreft een feedbacktraining waarin de dialoog tussen student en docent centraal staat.
Uit praktijkevaluaties onder werkplekbegeleiders van coassistenten blijkt dat geven van feedback op (on)professioneel gedrag van studenten een grote uitdaging vormt voor begeleiders, omdat er in deze situaties vrijwel altijd sprake is van weerstand, confrontatie, ongemak en conflict van overtuigingen van begeleider en student. Wanneer deze gesprekken niet (goed) worden gevoerd, kan dit leiden tot structureel onprofessioneel gedrag (als student en professional) en gestagneerde ontwikkeling door beperkte (zelf)reflectie van de student. Studenten aanspreken op (on)professioneel gedrag vraagt om meer en andere vaardigheden dan in onze reguliere feedbacktraining aan bod komt. Hieruit is grote behoefte aan scholing ontstaan onder werkplekbegeleiders. Om deze behoefte te vervullen heeft team Docentprofessionalisering een training ‘Aanspreken op gedrag’ ontwikkeld.
Beschrijving van de interventie/innovatie:
In de training “Aanspreken op gedrag” krijgen werkplekbegeleiders inzicht in zelfrechtvaardiging als logische reactie van coassistenten op feedback (1). Het doel van de training is dat begeleiders leren hoe ze hiermee om kunnen gaan en hoe ze een effectief gesprek voeren waarin gedrag op een constructieve manier wordt besproken. Met behulp van een vierstappenplan leren de begeleiders in het gesprek ruimte te bieden aan studenten om hun perspectief te delen en op neutrale manier naar een oplossing te zoeken (2). We hebben ondersteunend materiaal in de vorm van video’s gemaakt, waarin onder meer het stappenplan in duidelijke voorbeelden naar voren komt.
De training start met <b>uitwisselen</b> van ervaringen, waarna we bovengenoemde <b>theorie</b> behandelen. Bij het laatste gedeelte van de training staat het <b>oefenen</b> met het aanspreken op gedrag centraal.
Ervaringen/analyse van de implementatie:
De pilots worden positief geëvalueerd. Zo viel op dat er door de training bewustzijn van het belang van dit thema ontstond onder de deelnemers. Daarnaast sluit de training aan op de ervaringen van de doelgroep. Deelnemers stellen de concrete en makkelijk toepasbare tools op prijs, en waarderen de tijd en ruimte om daar tijdens de training direct mee te oefenen.
Lessons learned (implicaties voor de praktijk):
1) Tijd en ruimte om eerst te reflecteren op natuurlijke/huidige manier van aanspreken op gedrag is essentieel vóórdat je de deelnemers laat oefenen met een nieuwe, concrete tool.
2) Het thema aanspreken op gedrag gaat niet alleen over studenten, maar is een heel persoonlijk fenomeen waarbij individuele overtuigingen ten grondslag liggen aan hoe mensen handelen.
Referenties (max. 2):
1) Festinger, L. (1957). <i>A theory of cognitive dissonance</i>. Stanford University Press.
2) de Galan, K. (z.j.). <i>Assertiviteit 2.0</i>. School voor Training

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen