Co-creatie van verpleegkundig onderwijs in Communities of Practice: Studenten, docenten en werkbegeleiders ontwikkelen lesmateriaal voor autonomie-ondersteuning tijdens ADL-zorg

Informatie
Auteurs
Erik van Rossum
Marjolein Knibbeler
Petra Erkens
Sandra Zwakhalen
Stan Vluggen
Organisatie
Maastricht University
Zuyd Hogeschool
Congres
Toekomstbestendig onderwijs: op naar een duurzame planeet - Congres 2026
Context / probleemstelling of aanleiding

Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen):
Veel kwetsbare ouderen zijn afhankelijk van ondersteuning bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het bevorderen van autonomie tijdens ADL-zorg is cruciaal voor hun waardigheid en kwaliteit van leven. Verpleegkundigen spelen hierin een sleutelrol, maar het ondersteunen van autonomie blijkt complex en vraagt om specifieke vaardigheden die tijdens de opleiding ontwikkeld moeten worden. Eerder onderzoek<sup>1,2</sup> laat zien dat de ontwikkeling van deze autonomie-ondersteunende vaardigheden suboptimaal verloopt door een gebrek aan concrete handvatten voor docenten in theoretisch onderwijs en inconsistente werkbegeleiding in de praktijk. Betere afstemming tussen onderwijs en praktijk is nodig. Co-creatie van onderwijsmaterialen kan hierin een oplossing bieden. De onderzoeksvraag van deze studie luidt: Hoe kunnen onderwijsmaterialen in co-creatie ontwikkeld worden die verpleegkundestudenten leren de autonomie van cliënten te bevorderen tijdens ADL-zorg?
Methode:
Deze studie volgde een Educational Design Research-aanpak, gebaseerd op de vijf fasen van Design Thinking (Empathize, Define, Ideate, Prototype, Test). Twee communities of practice (CoPs) werden opgezet, bestaande uit studenten, docenten en werkbegeleiders (n=21) van twee verpleegkundeopleidingen en twee zorgorganisaties. Daarnaast werd een expertgroep samengesteld met vier onderwijsdeskundigen. De projectgroep (drie docent-onderzoekers), bewaakte het proces, ordende data en bereidde bijeenkomsten voor. Tijdens CoP-bijeenkomsten doorliepen deelnemers de fasen van Design Thinking om prototypes van onderwijsmateriaal te ontwikkelen. De expertgroep kwam tweemaal bijeen om de materialen te toetsen en feedback te geven.
Resultaten (en conclusie):
Het ontwikkeltraject resulteerde in vier onderwijsprototypes die autonomie-ondersteunend gedrag van verpleegkundestudenten tijdens ADL-zorg bevorderen. In de Empathize- en Define-fase analyseerden de CoPs onderzoeksresultaten en praktijkervaringen om huidig en gewenst gedrag te verhelderen. Ook werden negen ontwerpprincipes geformuleerd, waarvan de belangrijkste zijn: autonomie als uitgangspunt, afstemming op niveau en context, en verbinding tussen school en praktijk. Via diverse creatieve werkvormen in de Ideate-fase werden 71 ideeën gegenereerd, die door de projectgroep werden geclusterd tot twaalf onderwijsrichtingen. Deze zijn aan de hand van de ontwerpprincipes beoordeeld door de expertgroep. De meest kansrijke ideeën zijn in de Prototype- en Test-fase uitgewerkt en getoetst. Dit leidde tot vier bruikbare onderwijsprototypes, met bijbehorende docent- en werkbegeleidermaterialen: Prototype 1: Werkcollege theorie en reflectie met kennisclip, bedoeld als kennismaking met de begrippen autonomie en autonomie-ondersteunend gedrag. Prototype 2: Werkcollege beeldonderwijs, waarin studenten leren benoemen hoe autonomie in de praktijk vorm krijgt, welke rol de verpleegkundige hierin speelt en hoe om te gaan met spanningen tussen cliëntwensen en familieverwachtingen. Prototype 3: Werkcollege ervaringsleren met een simulatiecontact, waarin studenten ervaren hoe het is om in hun autonomie beperkt te worden en leren herkennen wat autonomie-ondersteunend gedrag inhoudt en hoe dit toe te passen in het contact met cliënten. Prototype 4: Praktijkopdracht observatie van autonomie-ondersteunend gedrag in ADL-zorg, gericht op bewustwording van hoe de autonomie van cliënten tijdens ADL-zorg wordt ondersteund en op reflectie op het eigen en andermans professioneel zorggedrag.
Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie):
Deze studie toont aan dat co-creatie een leeromgeving bevordert waarin diverse perspectieven samenkomen en onderwijsinhoud direct aansluit bij de complexiteit van de praktijk. De actieve betrokkenheid van studenten, docenten en werkbegeleiders vergrootte de relevantie en bruikbaarheid van de ontwikkelde materialen. Deze bieden concrete aanknopingspunten om studenten bewust te maken van het belang van autonomie en hen te laten oefenen met autonomie-ondersteunend gedrag. Omdat de prototypes nog niet grootschalig zijn getest, is een haalbaarheidsstudie nodig om de bruikbaarheid en begrijpelijkheid te beoordelen.
Referenties:
<sup>1</sup> Knibbeler, M.M.C.J., Vluggen, S., van Rossum, H. J., Zwakhalen, S., & Erkens, P. M. (2025a). Supporting Autonomy in ADL-Care: How Nursing Students Learn in Theory Classes. A qualitative multi-perspective study [accepted]. <i>Nursing Education Perspectives</i>.
<sup>2</sup> Knibbeler, M.M.C.J., Vluggen, S., van Rossum, H. J., Zwakhalen, S., & Erkens, P. M. (2025b). How future nurses learn to support clients’ autonomy in Activities of Daily Living-care during the practical part of their education: A qualitative study [in progress].

Banner
Banner
Banner

‘Zie de mens’ – ontmoet, leer en inspireer tijdens het NVMO Congres 2027 in Groningen.

19, 20 en 21 mei in Martiniplaza Groningen