Boekbespreking

Informatie
Auteurs
Jan van Dalen
Soort article
Boekbespreking
Verscheen in

Brand PLP, Boendermaker PM, Venekamp R. Klinisch onderwijs en opleiden in de praktijk. Houten: Prelum uitgevers; 2010. 255 bladzijden. Prijs €62,50. ISBN 978-90-8562-094-5.

Het zal u niet ontgaan zijn: de medische vervolgopleiding is volop in beweging. De opleiding wordt vernieuwd en er wordt daardoor veel nieuws verwacht van opleiders.

Er is een goed boek verschenen voor deze opleiders. Ze kunnen nu gemakkelijk terugvinden waar het om draait in eigentijds medisch onderwijs, maar vooral hoe je aan alle toegenomen verwachtingen kunt voldoen. Het praktische karakter van het boek is één van de grote aantrekkelijkheden. Daarnaast is het boek aantrekkelijk omdat het volledig op de Nederlandse situatie gebaseerd is, iets wat natuurlijk niet te verwachten is van internationale handboeken voor medisch onderwijs.

Het boek is opgedeeld in drie delen: ‘achtergronden’, ‘gereedschapskist’ en ‘de praktijk’.

Elke deel bestaat uit een aantal korte hoofdstukken. In 35 hoofdstukken van elk zo’n vijf bladzijden worden de meest relevante onderwerpen behandeld. De onderwerpen variëren van ‘leerstijlen’ (in het deel Achtergronden), via ‘feedback-regels’ (in het deel Gereedschapskist) tot ‘dilemma’s bij het opleiden’ (in het deel De praktijk). Per hoofdstuk wordt een vaste structuur gevolgd: voorbeeld, leerdoelen (bedoeld wordt ‘verwachte leeropbrengst’), beperkte achtergronden en theorie en adviezen voor de praktijk.

Auteurs hebben hun sporen verdiend in het opleiden en in docenttrainingen. Boendermaker en Venekamp vormen een bekend docentprofessionaliseringsduo, al sinds de tijd van de SMO cursussen (voorlopers van de NVMO-cursussen), en Brand is – naast een begenadigd schrijver: Agnes Diemers prees eerder zijn ‘De stoel van God’ in het TMO aan – opleider in een van de grootste opleidingsziekenhuizen van Nederland. De auteurs komen uit het werkveld. Hun ervaring en kennis van de werkomstandigheden is in het hele boek zichtbaar. De illustraties door middel van herkenbare casus brengen de lezer meteen op de hoogte van ‘waar we het over hebben’ in dit hoofdstuk.

Het boek is prettig geschreven, in zeer toegankelijk Nederlands met hier en daar een verdwaald Anglicisme (adresseren in plaats van ‘aanspreken’ en essentieel in plaats van ‘heel belangrijk’). De onderwijskunde wordt in het algemeen gekenmerkt door een ontoegankelijk jargon. Het is een grote prestatie van het schrijverstrio dat ze in hun boek deze valkuil hebben vermeden.

Er is ook wel iets op het boek aan te merken. De tekst is gelardeerd met foto’s. De foto’s voegen echter niets toe aan de tekst. Ze bieden ‘lucht’ in de tekst, maar de lezer betaalt hier wel voor. € 62,50 is behoorlijk veel geld voor een boek van 255 bladzijden, zeker als we de aanbeveling lezen dat het boek ook nuttig is voor coassistenten en artsen in opleiding tot specialist (aios). Zij moeten het dan wel kunnen betalen.

Ik mis een register. Iets opslaan is er niet bij. De hoofdstukken zijn weliswaar kort en overzichtelijk gerangschikt, maar soms wordt teruggegrepen op eerder behandelde stof, zodat de lezer moet gaan bladeren. Een register zou het een stuk makkelijker maken om terug te vinden waar gebruikte begrippen voor het eerst werden toegelicht.

De auteurs bieden vaak een ezelsbruggetje om de stof beter te onthouden. Ik vind dat ze daar een enkele keer in doorschieten: is de regel ‘drie WAT vragen’ wel zo handig als hij geen aanknopingspunten geeft waarnáár je ook al weer moest vragen (wat denk je dat deze patiënt heeft; wat zijn de belangrijkste gegevens waardoor je tot deze werkhypothese bent gekomen, en wat heb je nog meer overwogen? Blz. 64). De vragen zijn natuurlijk heel relevant, maar ik betwijfel of het ezelsbruggetje helpt om ze te onthouden. Dit geldt mijns inziens ook voor de ‘3P techniek’ (blz. 142: pauzeren na een vraag aan een groep: Pose, Pause, Pound). Ik ken het werkwoord to pound in deze context niet, dus mij helpen de drie Ps niet zo.

Mijn meest kritische opmerking betreft de STAMPPOT methode die in hoofdstuk 10 behandeld wordt. STAMPPOT is een ezelsbruggetje om de stappen te onthouden die in de one-minute-preceptor methode gevolgd moeten worden. De auteurs geven aan zelf het acronym ontwikkeld te hebben. Dat klopt vast. Het wekt echter de suggestie dat ze ook de methode ontwikkeld hebben, en dat klopt niet. De STAMPPOT methode vertoont erg grote overeenkomsten met het ‘SNAPPS-model’ dat in 2003 in Academic Medicine is geïntroduceerd1 en op docenttrainingen wordt onderwezen. Een verwijzing naar dit artikel was vollediger geweest. In het recente artikel van de auteurs, met Jos Snoek, in het NTvG over de STAMPPOT methode2 wordt gelukkig wel aan het oorspronkelijke artikel gerefereerd.

Deze kritische kanttekeningen betreffen schoonheidsvlekjes in een prachtig boek. Het is een handzame en toegankelijke presentatie van heel relevante stof, voor een groep docenten van wie een sterk veranderde onderwijstaak wordt gevraagd en die deze onderwijstaak onder moeilijke en hectische omstandigheden moeten uitvoeren. Het boek biedt zo een bijdrage aan de noodzakelijke vernieuwing en verbetering van het onderwijs in de medische vervolgopleidingen. Het moet door alle betrokkenen bij deze opleidingen gebruikt worden.

Banner
Banner
Banner

Zorgverleners voor de wereld van morgen

15 en 16 mei Hotel Zuiderduin in Egmond aan Zee